De wereld een beetje beter maken

Voor mijn werk ben ik de afgelopen drie jaar in verschillende landen geweest om te spreken over strategische planning in een migratiecontext. Wat betekent dat? Plannen maken in een omgeving vol onzekerheid. Er wordt heel veel geschreven over vluchtelingen, migratie, opvang en eenieder heeft er zo zijn eigen mening over. In 2017 schreef Femke Halsema een opiniestuk in het NRC over opvang in de regio. Zij droomt van een stad waar vluchtelingen veilig zijn en kunnen beschikken over onderwijs, gezondheidszorg en schoon water. Wie wil dat nu niet? Maar de werkelijkheid is een stuk weerbarstiger. Het is onvermijdelijk om over migratie te schrijven zonder cijfers te noemen, al was het alleen maar om de omvang van het probleem duidelijk te maken. Maar zoals Vluchtelingenwerk ons terecht waarschuwt: elk cijfer is een mens. Met dromen, wensen, intenties en angsten. Ik worstel met de vraag hoe we hier recht aan kunnen doen.

Win-win

Sinds ik een klein meisje was, vraag ik mij af hoe we de wereld een beetje beter kunnen maken voor iedereen. Ik ben mij ervan bewust dat het feit dat ik in Nederland ben geboren, mij in een zeer bevoorrechte positie plaatst. Ik ben mij er, door de vele reizen die ik vanwege mijn bevoorrechte positie kan maken, ook van bewust dat de wereld lang niet overal evenveel mogelijkheden biedt. Er zijn zoveel mensen die geen toegang hebben tot dingen die ik als de normaalste zaak van de wereld beschouw: veiligheid, water, medicijnen, noem maar op. Ik heb Internationale Betrekkingen gestudeerd omdat ik ergens hoopte dat dit mij verder zou helpen in mijn zoektocht naar een betere wereld. Ik probeer ontwikkelingsvraagstukken een plek te geven in mijn werk. Maar wat ik ook doe, het antwoord hoe de wereld te verbeteren heb ik nog niet gevonden.

Keer op keer word ik getroffen door de schaalvergroting die nodig is om hele bevolkingsgroepen meer mogelijkheden te bieden. Een school bouwen heeft weinig zin en een kliniek voorzien van medicijnen is ook geen oplossing voor structurele problemen. Toch zijn het al deze kleine initiatieven die ervoor zorgen dat de wereldbevolking de afgelopen decennia in zijn geheel beter af is dan daarvoor. Maar om armoede echt de wereld uit te helpen en onderwijs voor iedereen mogelijk te maken, moet er nog flink wat gebeuren. Ik ben er nog niet over uit wie daarin welke rol moet spelen. ‘Ontwikkelde’ landen moeten ‘minder ontwikkelde’ landen een eerlijke kans geven als het gaat om handel en moeten hun kennis delen waar mogelijk. Landen in ontwikkeling moeten de verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen vooruitgang. Ik weiger ontwikkeling te beschouwen als een zero sum game waarbij als de één wat wint, de ander verliest. Maar hoe de win-win te realiseren heb ik nog niet kunnen bedenken.

Oneindig veel vluchtelingen

Los van de Europese migratiecrisis, die ik toch vooral via krantenartikelen heb ervaren, kwam ik in Jordanië voor het eerst in aanraking met vluchtelingenproblematiek. Sinds het uitbreken van het conflict in Syrië zijn zes miljoen Syriërs intern op drift geraakt en zijn vijf miljoen naar het buitenland gevlucht. Elf miljoen mensen zijn gevlucht, dat is de helft van de Syrische bevolking. Turkije heeft veruit de meeste Syriërs opgevangen (3,6 miljoen op een Turkse bevolking van 82 miljoen), maar ook Libanon en Jordanië hebben veel vluchtelingen onderdak geboden. In Libanon wonen ongeveer 7 miljoen mensen, waarvan 1,5 miljoen Syriërs. Ook in Jordanië zijn ongeveer 1,5 miljoen Syriërs te vinden (op een totale bevolking van 10 miljoen mensen). En dan hebben we het nog niet gehad over de duizenden Palestijnen en Iraki’s in Jordanië en Libanon.

Een luchtfoto van vluchtelingenkamp Zaatari in het noorden van Jordanië

Ook in Oeganda kunnen ze er wat van. Op een bevolking van 40 miljoen mensen biedt het land aan bijna 1,4 miljoen mensen uit Congo en Sudan een veilige haven. Dit steekt misschien wat schril af bij de cijfers hierboven, maar besef je dat het overgrote deel van de vluchtelingen in Oeganda zich concentreert in een paar districten in het noorden van het land, niet geheel toevallig de armste regio in toch al één van de armste landen ter wereld. Adjumani, een district met 234.000 inwoners huist 209.000 vluchtelingen. En deze mensen druppelen niet geleidelijk binnen, van de één op de andere dag is het aantal inwoners in zo’n district verdubbeld. Probeer dan nog maar eens je scholen, ziekenhuizen en afvalverwerking op gang te houden. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor de impact op de ontvangende gemeenschappen. Nog even terug naar de utopie van Femke Halsema. Wat heb je eraan als de vluchtelingen in een kamp overal over kunnen beschikken als de ontvangende bevolking kampt met stijgende huizenprijzen en een gebrek aan goed onderwijs? In de praktijk is zelfs in Nederland zichtbaar dat dit zorgt voor toenemende spanningen.

Niet overal even welkom

De impact die de vluchtelingenstromen hebben op de landen waar zij heengaan, is onvoorstelbaar. Ik denk aan mijn eigen stad Utrecht en stel me voor dat hier ineens 200.000 mensen bij zouden komen. Die passen echt niet allemaal in de Jaarbeurs. En dan hebben wij tenminste nog een Jaarbeurs… De manieren waarop de desbetreffende landen omgaan met deze instroom loopt zeer uiteen. In Oeganda krijgen vluchtelingen een stukje land van de gemeenschap dat ze kunnen bewerken om hun eigen voedsel te verbouwen. In Jordanië komen ze in aanraking voor een werkvergunning terwijl Libanon vluchtelingen het liefst negeert en vooral geen officiële status geeft. Ik vond het opvallend dat waar je in Jordanië en Oeganda relatief vrij kunt spreken over migratievraagstukken, dit in Libanon veel gevoeliger ligt. We werden er tijdens een workshop aldaar zelfs van beschuldigd dat we wilden dat de vluchtelingen zouden blijven.

Mede omdat ik het land goed ken, werd ik in het bijzonder geraakt door de situatie in Oeganda. In 2018 ben ik twee keer naar drie districten in het noorden van het land (Adjumani, Koboko en Yume) gereisd voor workshops over strategische planning. Het was voor mij een feest terug te zijn in het land waar ik met zoveel plezier heb gewoond. Hoewel ik veel van het land heb gezien, was ik op deze plaatsen nog nooit geweest. Ik had er eerlijk gezegd ook niet veel te zoeken. Na jaren van conflict zijn West Nile (geboorteregio van dictator Idi Amin) en Karamojo gebieden waar armoede overheerst. In West Nile is 85% van de mensen multidimensionaal arm, wat zoveel betekent als dat je niets hebt. Geen baan, geen onderwijs, geen zorg en vrijwel geen eten om jezelf in leven te houden. Deze mensen leven van één maaltijd per dag (als ze geluk hebben). En dit is dus de regio waar ze ruim een miljoen vluchtelingen opvangen. In Nederland gaat het vaak over opvang in de regio, maar we moeten ons realiseren dat dit de regio’s zijn waar we het over hebben. Regio’s die niet eens in staat zijn hun eigen mensen in hun basisbehoeften te voorzien, worden geacht de vele vluchtelingen onderdak en voorzieningen te bieden.

Uiteraard, de VN en vele NGO’s spelen een belangrijke rol in de vluchtelingenopvang en geven miljarden uit aan noodhulp, voedselbonnen en tentzeil. Het grappige (and by funny I mean interesting) in Oeganda was dat Bidi Bidi, één van de grootste kampen, helemaal niet aanvoelt als een kamp zoals ik dat in Jordanië (van veraf en van plaatjes) kende. Het heet in Oeganda dan ook geen kamp maar een nederzetting. Het is alsof je door een normaal Oegandees dorp rijdt, alleen staan de hutjes wat dichter op elkaar. Het is het onvermijdelijke witte tentzeil van UNHCR (de VN vluchtelingenorganisatie) dat verraadt dat het om vluchtelingen gaat. Ik heb inmiddels in drie landen gezien hoe vluchtelingen wonen en er is één constante: het blauwe UNHCR-logo op wit doek. In Jordanië heb je een tweetal echte ‘kampen’, Zaatari en Azraq. In Zaatari waren de vluchtelingen er eerder dan het kamp waardoor het een stad is, van nog steeds 75.000 inwoners, die haastig en ongestructureerd is ontstaan. De Jordaniërs dachten ‘dat gebeurt ons niet nog een keer’ en Azraq is dan ook het toonbeeld van structuur en organisatie. In Libanon wonen veel vluchtelingen in kleine groepjes op stukken land. Je ziet in het landschap voortdurend een aantal vierkante blokken bij elkaar, bedekt met het bekende witte of ander zeil. Dit maakt de aanwezigheid van de vluchtelingen superzichtbaar.

Zonder uitzicht in het grootste kamp ter wereld

De trieste strijd om het grootste vluchtelingenkamp ter wereld is al jaren spannend. Dadaab in Kenia, grotendeels gevuld met mensen uit Somalië, stond lang bovenaan de lijst met recordaantal van 500.000 vluchtelingen. Vandaag de dag gaat de eer van het grootste kamp naar Kutupalong en Nayapara in Bangladesh, waar de UNHCR bijna één miljoen Rohingya-vluchtelingen van noodhulp voorziet. Ben Rawlence heeft met City of Thorns een prachtig boek geschreven dat een kijkje geeft in de levens van negen vluchtelingen in Dadaab. Sommige zijn er geboren, andere vragen zich af of ze ooit terug kunnen naar hun huis. Een statistiek die het debat over vluchtelingenkampen achtervolgt, is dat vluchtelingen gemiddeld 17 jaar in een kamp verblijven. De Wereldbank heeft dit grondig uitgezocht en zo erg blijkt het gelukkig niet te zijn. De helft van de vluchtelingen kan binnen vier jaar in ieder geval terug naar hun thuisplek. Een stabiel aantal van ongeveer vijf tot zeven miljoen (van de in totaal bijna 71 miljoen) vluchtelingen wereldwijd is wel langer dan vijf jaar ontheemd.

Hoe lang of kort de situatie ook duurt, de uitzichtloosheid lijkt mij het meest frustrerende. In Nederland is de wachttijd voor een asielaanvraag opgelopen tot anderhalf jaar. Anderhalf jaar waarin je niet mag werken, niet mag leren, niet weet of je kunt blijven of weer weg moet. De onzekerheid belemmert je een bestaan op te bouwen. Je dromen, wensen, intenties en angsten worden niet erkend zolang je geen officiële status hebt. Als je geen toekomst ziet, waarom zou je dan ’s ochtends je bed uitkomen? In Nederland is het tenminste nog een bed, in Jordanië of Kenya is het misschien een matje van stro of een matras op de grond. In Griekenland zitten nog steeds meer dan 50.000 vluchtelingen in omstandigheden waar we in Europa ondertussen toch wat aan zouden moeten kunnen doen.

Laat het bespreekbaar zijn

Ik heb geen antwoord, ik heb geen oplossing. Maar ik heb weinig tolerantie voor mensen die zeggen dat ze het in de regio maar op moeten lossen. Tuurlijk ben je als Syriër liever in Jordanië waar je de taal spreekt. Uiteraard ben je als Zuid-Sudanees liever in Oeganda, waar de mensen op je lijken en dezelfde culturele gebruiken kennen. Maar we kunnen niet verwachten dat regio’s dit allemaal zelf opknappen. Want zoals Oeganda mij liet zien is het behoorlijk oneerlijk verdeeld. Ik vind het naïef om in een land als Nederland te zeggen dat we hier toch helemaal geen plek hebben. Ook ik vind ons land vol, maar we kunnen ons niet indenken wat deze mensen hebben meegemaakt. Ik denk bij het vuurwerk met Oud & Nieuw wel eens, zo moet het klinken in een oorlogsgebied. Zolang we in Nederland bang blijven onze verworvenheden te verliezen, zal het een heel moeilijk debat blijven. Maar ik weet wel dat als er op een dag een conflict uitbreekt in West-Europa (het is niet alsof dat nog nooit is gebeurd) ik hoop dat er landen zijn die bereid zijn mij op te vangen. Waar ik aan een nieuwe toekomst mag en kan bouwen.

Tijdens de reizen die ik voor mijn werk naar Jordanië, Oeganda en Libanon heb gemaakt is één ding mij duidelijk geworden: het helpt als we er met elkaar over spreken. Zoals al eerder gezegd is dat lang niet overal vanzelfsprekend. Logisch, als vluchteling denk je er liever niet aan dat je voor altijd in dit nieuwe, vreemde land moet blijven. Als overheid is het makkelijker de vluchtelingen als tijdelijk probleem te beschouwen dan naar de, vaak moeilijkere, langetermijnoplossingen te kijken. Door de onzekerheid van de situatie te benoemen en verkennen (blijven ze, gaan ze weg) geven we aan elkaar toe dat we het ook allemaal niet weten. Maar zo lang we er met elkaar over in gesprek blijven, komen we er wel uit.

Een enthousiaste lezer was zo vriendelijk mijn bericht in het Duits te vertalen. Klik hier om naar de Duitse versie te gaan. Klicken Sie hier für die Deutsche Version. 

1 reactie op “De wereld een beetje beter maken”

  1. Eric van der Kooij

    Mooi opgeschreven Linda.
    Volkomen terecht om de beperkte blik op de vluchtelingenopvang aan de orde te stellen.
    In 2005 bezocht ik een klimaatconferentie (ja toen al!) in Hamburg. Na de klimatologen die ons waarschuwden voor de consequenties van 1 of 2 graden opwarming (inmiddels houden we al rekening met 3 richting 2100), kwam er een Duitse militair op het podium. Enigszins verrast door zijn aanwezigheid was me al snel duidelijk waar zijn verhaal heen ging. Zijn verhaal ging over de consequenties van de opwarming van de aarde en als gevolg daarvan de migratiestromen die als gevolg van voedseltekorten zou ontstaan (ga maar na waar alle conflicten in het midden oosten in Afrika uit ontstaan zijn). Wat hij beschreef is daarna op gang gekomen. En was Duitsland niet één van de weinige landen in de EU die pleitte voor een humaner opvangbeleid?
    Dit vraagstuk kan en mag je niet ontkennen en terugbrengen tot een regionaal probleem. Daar zullen de Groenen het toch als eerste mee eens moeten zijn.

Geef een reactie

Jouw reactie verschijnt nadat ik deze heb goedgekeurd.