Het leven van een strategieconsultant

Op een paar uitstapjes bij twee NGO’s na, werk ik nu al ruim zeven jaar als consultant. Eerst bij EY en sinds drie jaar bij Jester Strategy. Doordat ik ook bij ‘gewone’ organisaties heb gewerkt, ben ik mij ervan bewust dat consultant toch een wat bijzonder beroep is. Niet beter, niet slechter, maar gewoon anders. De dynamiek die wordt veroorzaakt door het projectmatig werken en de variatie in klanten waarmee ik werk, maken het een, in mijn ogen, fantastisch vak. Ik kom op plaatsen waar ik anders nooit zou zijn geweest, ontmoet ontzettend veel nieuwe mensen en leer elke dag weer nieuwe dingen. Ik houd van de onvoorspelbaarheid die zich bijvoorbeeld uit in het feit dat ik nu nog geen idee heb welk project ik over twee weken aan het doen ben en voor wie ik dan werk. Ik geniet ervan elke keer weer een nieuwe organisatie te leren kennen, inclusief alle eigenaardigheden als de verzameling varkensbeeldjes of bekers voor de interne schietcompetitie in de kantine, mensen die elkaar niet mogen of een gebrek aan parkeerplaatsen. Elke organisatie heeft zijn voor- en nadelen en helpt mij telkens weer mijn eigen waarden te toetsen: zou ik hier wel of niet willen werken?

Wat doe je nu eigenlijk?

Mensen vragen vaak: ‘Wat doe je nu eigenlijk als strategieconsultant?’. Een terechte vraag want het is natuurlijk een ontzettend vage functieomschrijving. Als mensen vertellen dat ze business analist of procesmanager zijn, zegt mij dat ook vrij weinig over wat je doet als je op kantoor komt. Ik leg mijn baan altijd uit als: met organisaties plannen maken voor de komende vijf jaar. Dan heb je natuurlijk nog steeds geen idee van waar ik mijn dagen mee vul, maar het geeft inhoudelijk in ieder geval een beetje een beeld. Ik vind het fascinerend hoe vanzelfsprekend sommige dingen zijn voor mij, terwijl ze voor anderen ontzettend ongrijpbaar zijn. Dat ik elke dag op pad ben, meerdere projecten tegelijkertijd doe en altijd in teams werk met mijn collega’s. Maar om de uitleg af te maken: ik vul mijn dagen met praten met mensen, mensen dingen uitleggen, samen met mensen nieuwe ideeën verzinnen en deze vervolgens uitwerken achter mijn computer. Soms heb ik een telefonisch overleg, wat op geniale wijze is verbeeld in dit filmpje. Het zijn vooral de andere mensen die maken dat ik mijn werk zo leuk vind. Ik heb een tijdje een functie gehad waarbij ik vooral schreef en onderzoek deed. Hoewel dit voor even best leuk was (en dit gelukkig ook nu nog een belangrijk onderdeel van mijn werk is), miste ik het contact met mensen. Hoewel klanten verschrikkelijk vervelend kunnen zijn, is de meerderheid vriendelijk, geïnteresseerd en blij met de ondersteuning van mij en mijn collega’s. Als ik een week achter mijn computer heb gezeten, ben ik blij als ik de volgende week weer gesprekken mag voeren en workshops mag faciliteren.

Kilometers vreten voor werk

Ik ben voor mijn werk behoorlijk wat op pad. Onze klanten zitten werkelijk overal. Soms is dat leuk (als het hoofdkantoor in Utrecht staat en ik lopend naar mijn werk kan). Soms is dat minder aantrekkelijk (wanneer we een project winnen voor een gemeente in Zeeuws Vlaanderen). Als ik toch de kilometers eens uit zou kunnen rekenen die ik in al die jaren voor mijn werk heb gereisd. Het zijn er veel, dat is zeker. En dan woon ik nog gunstig, mijn collega’s uit Nijmegen of Zwolle plakken er elke dag nog flink wat woon-werkkilometers aan vast. Naast alle reiskilometers binnen Nederland pak ik af en toe een internationaal project mee. Er zijn wat mij betreft twee typen internationale projecten. Bij type één pak je gedurende een aantal maanden elke maandag het vliegtuig en kom je donderdagavond weer terug. Dit type vind ik verschrikkelijk. Ik heb het één keer meegemaakt en dat leidde meteen tot een burn out. Je mist doordeweeks je leven in Nederland (vrienden, sport) en wilt dit vervolgens in het weekend goedmaken door het volledig vol te proppen. Bijkomen zit er dan niet echt in. Type twee bestaat uit (een aantal) korte tripjes om bijvoorbeeld een workshop te geven. Dit vind ik fantastisch! Als ik elk kwartaal een buitenlandreisje voor mijn werk kan maken vind ik dat echt helemaal niet erg.

Plaatsen waar ik anders nooit was geweest

Mijn werk brengt mij op plaatsen waar ik anders nooit zou zijn geweest. De ene dag presenteer je voor de wethouder in het prachtige stadhuis van Rotterdam, de volgende dag sta je voor een groep van 100 man in een congrescentrum een verhaal te houden over de laatste trends in het onderwijs. Ik heb hieronder een willekeurige lijst gemaakt van plaatsen waar ik zonder mijn werk nooit was geweest. De lijst is zeker niet volledig, maar het is bijna niet te doen alle gelegenheden voor de geest te halen.

Toen ik een project voor Philips deden kregen wij een rondleiding in de lampenfabriek in Winterswijk. Superinteressant om midden in een maakwerkomgeving te staan. Hetzelfde geldt voor de margarinefabriek in Unilever, waar ik terechtkwam om een interview te houden over ontwikkelingen in de voedselindustrie.

Daar stond ik dan, voor een zaal met 50 beginnende schoolleiders. Midden op de theatervloer van een van de oude gebouwen van Radio Kootwijk. De belichting van een presentatie is nog nooit zo mooi geweest. Dat het die ochtend mistig was maakte de tocht naar en van alleen maar mysterieuzer.

Meermalen heb ik gedacht dat ik het einde van de wereld had bereikt. Zo zat ik enkele maanden in Lemvig in Denemarken. Elke dag dat ik naar de fabriek van FMC reed had ik het idee van de wereld af te vallen. Het einde van Nederland kwam in zicht toen ik met een collega in Delfzijl was voor een interview. We hadden wat tijd over en besloten een koffie te doen bij het Eemshotel, waarbij je rechtstreeks de Noordzee inwandelt. 

Ik heb mijzelf teruggevonden…

  • In Mafraq (Jordanië) op minder dan 10 kilometer van de Syrische grens
  • In een gemeente in Libanon waar IS voorheen de scepter zwaaide
  • Op het drielandenpunt. En dan niet dat hier in Vaals, maar daar waar Oeganda, Congo en Zuid-Soedan aan elkaar grenzen
  • In Helsinki in januari, waar het dan -25˚C is
  • In Hamar, Bologna, Hamburg, Antwerpen, Cork

Het is niet alleen feest tijdens kantooruren, soms brengt werk mij ook in mijn vrije tijd op bijzondere plaatsen.

  • De Olympische Spelen in Londen bijvoorbeeld waar ik ontdekte dat het ontzettend moeilijk is wakker te blijven bij het kijken naar een roeiwedstrijd terwijl we de avond daarvoor het Holland Heineken House onveilig hadden gemaakt.
  • Toen ik op mijn verjaardag voor werk in München was, zat er niets anders op dan een biertje (sorry, een liter bier) te doen op het Oktoberfest.
  • Tijdens een project in Sluis, Zeeuws Vlaanderen was het goed mosselen eten.
  • Mijn eerste keer in een sterrenrestaurant (doe ik zeker niet dagelijks) was met collega’s om de afronding van een project te vieren.
  • Op de bovenste verdieping van het Rabobankkantoor in Utrecht worden overigens ook heerlijke 3-gangendiners geserveerd.

 

Voor workshops, presentaties en tijdens werktripjes heb ik allerlei hotels in binnen- en buitenland aangedaan. Onlangs was ik nog in de blauwe cilinder langs de A2 richting Amsterdam waar een Fletcherhotel in zit. Het oude klooster De Soete Moeder in Den Bosch was een bijzondere locatie. En ook de oude brandweerkazerne in Apeldoorn was zeker geen standaard vergaderruimte.

Plek voelt vertrouwd aan

Zeker toen ik nog voor EY werkte, zat ik tijdens een project voor langere tijd vier dagen in de week bij een klant op kantoor. Zo heb ik maanden bij klanten in Eindhoven, Den Haag, Utrecht en Amsterdam doorgebracht. Ik was laatst weer eens in Den Haag, het is een gekke gewaarwording dat je de stad aan de ene kant helemaal niet zo goed kent, maar dat deze tegelijkertijd erg vertrouwd voelt omdat je er al zo vaak heen bent gereden of al zo vaak op het station bent uitgestapt. Mijn werk brengt mij naar heel veel verschillende plaatsen, waardoor een uitje naar een bepaalde stad toch net even anders wordt. De stations van Deurne en Hilversum. De metro naar het Weesperplein in Amsterdam of de Wilhelminakade in Rotterdam. De afslag naar Vught, de parkeergarage in Alphen aan den Rijn. Het zijn allemaal plaatsen die ik ken en zo zijn er steeds minder plekken die nog echt nieuw zijn.

Altijd een gespreksonderwerp

Als consultant ben je niet alleen bekend met veel plaatsen in binnen- en buitenland, je leert ook veel verschillende organisaties en beroepen kennen. Als ik iemand vraag wat hij of zij doet, kan ik me daar eigenlijk altijd wel een voorstelling van maken (behalve bij de hierboven genoemde vage beroepen, al snap ik zelfs dat steeds beter). Op een feestje kan ik over bijna alle onderwerpen meepraten. Dat komt natuurlijk ook doordat ik sowieso verschrikkelijk nieuwsgierig ben, veel lees en een brede algemene ontwikkeling heb (erg handig als je consultant bent). Maar laatst realiseerde ik mij dat dit dus lang niet voor iedereen geldt (getuige de vraag: wat doe je nu eigenlijk als consultant?). Ik kan prima meedoen in gesprekken over varkensgenetica, fintech, veevoer en online journalistiek. En vind dat nog leuk ook. Dit wil overigens niet zeggen dat ik makkelijk met iedereen wegklets. Hoewel veel mensen vaak denken dat ik ontzettend sociaal ben, kan ik maar met een kleine groep mensen echt uit de voeten. Ik raak of mijn hele leven nooit uitgepraat met iemand óf ben na vijf minuten wel klaar. En alle nutteloze feitjes en gespreksonderwerpen ten spijt, het is me nog niet echt gelukt dit te doorbreken.

Realiteitszin enigszins verloren

Doordat ik voor mijn werk regelmatig op pad ben, slaap ik ook nog wel eens in een hotel. Hierdoor was ik op mijn dertigste al verschrikkelijk verwend als het op hotels aankomt. Alle vijfsterrenhotels met grote bedden, ruime kamers, luxe badkamers en bovenal die fantastische, eindeloze ontbijtbuffetten hebben mij voor eeuwig verpest. Hetzelfde geldt voor auto’s. Ik heb als echte voetbalvrouw rondgereden in een witte BMW 3-serie. Ik reed als jong grietje in een enorme Audi en merkte dat mijn weggebruikers dan een stuk sneller voor je aan de kant gaan. Al rijd ik zelf een bescheiden Clio, het concept van een leaseauto blijft toch een beetje vreemd. Zo is mijn huidige auto telefonisch besteld zonder ook maar een proefrit te maken. De autoverkoper zei dat hij nog nooit zo weinig moeite heeft hoeven doen. Toen we de auto op gingen halen, voelde de onthulling en in ontvangst nemen van de sleutels en champagne vooral als verloren tijd, in plaats van dat het een bijzondere ervaring was. Bizar, want hoe krijg je nu een nieuwe auto? Het feit dat ik deze (voor mijn gevoel) niet zelf heb verdiend en betaald, draagt hier zeker aan bij. Ik probeer af en toe stil te staan bij het feit dat mijn werk mij bepaalde mogelijkheden en verworvenheden biedt die niet vanzelfsprekend zijn.

Magistraal beroep

Na een tijdje voor twee NGO’s te hebben gewerkt, heb ik heel bewust gekozen om weer consultant te worden. Niet langer voor een grote corporate (met alle luxe, maar ook een ongekend gebrek aan autonomie), maar voor een compacte organisatie waar ik veel ruimte heb. De klanten zijn net zo mooi en ik vind het eigenlijk wel lekker om zelf de koffiebonen bij te vullen (ruikt zo lekker!). Consultant zijn is voor mij magistraal. Ik kan mijn nieuwsgierigheid elke keer op een nieuw onderwerp uitleven, ik mag naar allerlei plaatsen waar ik anders nooit zo komen en geniet elke dag van het contact met de verschillende mensen die ik ontmoet. Daarnaast is het ontzettend leuk organisaties een stapje verder de toekomst in te helpen.

1 reactie op “Het leven van een strategieconsultant”

Geef een reactie

Jouw reactie verschijnt nadat ik deze heb goedgekeurd.